Home Koud water

Koud water

Het zeewater langs de Nederlandse kust wordt meestal niet warmer dan 21 ° Celsius. In het voorjaar maanden april-mei is het water dusdanig koud dat de jongeren vaak

al het water in gaan. Koud water geeft extra risico voor onderkoeling. Mocht je dus bij koud water in zee zwemmen en ook nog eens in een mui terecht komen waardoor je gedoemd bent langer in het water te verblijven dan is het risico op een verdrinking verdubbeld. Koud water veroorzaakt onderkoeling en is bovendien dikker (visceuzer) dan warm water. De onderstaande gegevens zijn afkomstig van de website Zweminformatie Documentatie Centrum (klik voor het hele artikel).  Er zijn verschillende ervaringstheorieën die aangeven hoe lang iemand in koud water kan blijven voordat er definitief sprake wordt van levensgevaar, zie artikel:

 

Vooraf

Nederland kent veel water. De kans om op een of andere manier ongewild te water te geraken is niet denkbeeldig. Het buitenwater in Nederland heeft een temperatuur tussen ongeveer 0 graden Celsius 's-winters en 20 graden Celsius -'zomers. Onverwacht in koud water terechtkomen en een grote hoeveelheid lichaamswarmte afstaan aan het water is geen zeldzaamheid.
We spreken van hypothermie, onderkoeling, als de kerntemperatuur van het lichaam is gezakt beneden de 35 graden Celsius.
Hypothermie komt meestal voor bij zwemmers, sportduikers, windsurfers en zeilers; maar ook bij schaatsers, vissers en andere watersporters die ongewild in koud water terechtkomen. Het lichaam probeert het afkoelen te beperken door meer warmte te produceren en de warmteafgifte tegen te gaan door het opvoeren van de stofwisseling en te gaan rillen, huiveren en klappertanden.
 

 

 

Onderkoelingsverschijnselen

In onderstaande tabel zijn de verschijnselen bij verschillende lichaamstemperaturen uiteengezet.

Lichaamstemperatuur

Verschijnselen bij onderkoeling

37° C

Toename van de stofwisseling (rillen)

35° C

Desoriëntatie, verlaagde hartslag en verwardheid

33° C

Spierstijfheid, grote pupillen en verwardheid, rillen en huiveren is gestopt, krampen, onsamenhangend spreken

31° C

Geen peesreflexen meer, het slachtoffer kan bewusteloos raken door onvoldoende zuurstoftoevoer

29° C

Bewusteloos, geen reactie op pijnprikkels, hartstilstand.
Iedere bewusteloze of schijndode waarbij de verdenking bestaat op hypothermie dient gereanimeerd en deskundig opgewarmd te worden.
Grens tussen leven en dood.

27° C

Dood, geen reanimatie meer mogelijk

 

Overlevingstijden

 

Dit onderstaande schema laat zien hoe de verhouding ligt tussen de verblijfsduur in uren in het water in relatie tot de watertemperatuur:

 

watertemperatuur

geschatte overlevingstijd in het water

 0° C

ongeveer 9 minuten

5° C

ongeveer 1 uur

10° C

ongeveer 1 uur en 45 minuten

15° C

ongeveer 6 uur en 30 minuten

20° C

ongeveer 30 uur

25° C

ongeveer 4 dagen of langer

 

 

Wanneer men bijvoorbeeld de gemiddelde zeewatertemperatuur van ca. 16° C 's zomers en 5-6° C 's winters neemt is de kans op onderkoeling bij te water raken reëel.
Opmerking:
Een zekere spreiding van overlevingstijd kan worden veroorzaakt door o.a.: Dikte onderhuidse vetlaag, lichaamsbouw, gebruik alcohol of medicijnen, kleding, geslacht, windsnelheid, lichamelijke en geestelijke conditie.

Temperatuur effecten

De volgende grafiek geeft het effect van kleding en bewegen in water op de daling van de lichaamstemperatuur (na een verblijfduur van 20 minuten in water).
 

Gekleed in water geeft dus minder daling van de lichaamstemperatuur dan ontkleed en…… door niet te zwemmen verliest men ook minder warmte.

Overlevingstijdformule

 

Onderzoekers hebben na een aantal proeven een formule uitgewerkt, waarin het verband wordt gelegd tussen de tijdsduur die een "drenkeling" in het water ligt en de daling van de lichaamstemperatuur tot ongeveer 30º C, waarbij de grens is bereikt tussen leven en dood.
De overlevingsformule luidt voor een stilliggend gekleed persoon met een reddingsvest:

 

 

 

Overlevingstijd in minuten


= 15 +

                  7,2                                 

 

 

0,0785 -(0,0034 x watertemp. in °C)

 

Omgerekend zal bij 12° C watertemperatuur er een overlevingstijd zijn van 206 minuten oftewel 3 uur en 26 minuten.

Overlevingskansen

Grove tijdschaal van de overlevingskansen van een drenkeling die niet bewusteloos is geraakt:

 

watertemperatuur

wetsuit

gekleed

naakt

5° C

 3 uur

1 uur

½ uur

10° C

 9 uur

3 uur

1 uur

15° C

12 uur

5 uur

2 uur

20° C

15 uur

8 uur

4 uur

 

Windchill-index

Ons lichaam kan ook onderkoeld raken door een combinatie van windsnelheid en luchttemperatuur. Dit wordt windchill genoemd. Dit komt veel voor bij bijvoorbeeld windsurfers en zeilers.
De windchill is de koude die men werkelijk voelt.
De onderstaande windchill - index geeft een risicoschatting aan voor het optreden van bevriezingsletsels van de onbedekte huid in relatie tot windsnelheid en luchttemperatuur:

Viscositeit van het water

Deze grootheid is niet te verwaarlozen voor onze zwemprestaties.
Viscositeit is een maat voor de dikvloeibaarheid (taaiheid) van vloeistoffen zoals onder ander het bassinwater. Uit ervaring weet iedereen dat olie of stroop bij verhoogde temperatuur dun vloeibaar zijn, dus een  kleinere viscositeit hebben. Zo is dat ook met water.

Onderstaande tabel toont de viscositeit van water bij enige watertemperaturen:

 

Watertemperatuur

  

Viscositeit (in centipoises)

10° C

=

1,30

15° C

=

1,14

20° C

=

1,00

25° C

=

0,89

 

Uit de tabel blijkt de niet te verwaarlozen verschillen ± 40 %.
Aan gezien de weerstand ongeveer evenredig is met de viscositeit, zal het ons circa 40 % meer moeite kosten een bepaalde afstand in water van 10 graden Cesius af te leggen dan dezelfde afstand in water van 25 graden Celsius.

Warmteafgifte van de mens:

De watertemperatuur heeft effecten op de temperatuurregulatie van de zwemmer. De warmteafgifte in het water geschiedt grotendeels door geleiding en stroming. Het lichaam van elke zwemmer werkt als een "watergekoelde" motor. In het water is de warmteafgifte 3 à 4 maal groter dan op het land, omdat het geleidingsvermogen van water 20 keer beter is dan van lucht.

Het lichaam gaat afkoeling tegen door:
  • bloedvatvernauwing in de huid, waardoor de warmteafgifte beperkt;
  • opvoeren van de warmteproductie door toename van de stofwisseling en zo nodig het onwillekeurig bibberen of rillen. Dit vergt extra belasting van hart- en bloedvaten, naast de belasting door de lichamelijke activiteiten in het water.
  •  Waarom koelt de een sneller af dan de ander?

    Het bovenstaande verklaart ook dat zwemmers met een dikke onderhuidse vetlaag minder snel afkoelen dan magere zwemmers.

    Meisjes kunnen over het algemeen door hun hogere vetgehalte langer in het water blijven dan jongens. Kinderen koelen sneller af dan volwassenen daar de grootte van het huidoppervlak van belang is bij alle vormen van warmteafgifte. In dit verband vergelijken wij twee kubussen, een met een ribbe van 1 centimeter en een met een ribbe van 10 centimeter.

     

     "Kind"      "Volwassene"


    1cm 
       


    10cm
    Oppervlak: 6 x 1 = 6 cm2
     Inhoud: 1 cm3    
          Oppervlak: 6 x 100 = 600 cm2
    Inhoud: 1000 cm3

     

    Bij het kleine voorwerp (kind) is de verhouding

    Oppervlakte = 6

    Inhoud = 1

    en bij het grote voorwerp (volwassene)

    Oppervlakte = 600

    Inhoud = 1000

    Het kind heeft dus ten opzichte van zijn volume een relatief groter oppervlak dan een volwassene. De verhouding tussen oppervlak en volume is bij een kind groter dan bij een volwassene. Oppervlak neemt toe met de 2e macht, volume met de 3e macht. Dit betekent dat de huid die de warmteafgifte regelt, bij kinderen sneller warmte aan het water afgeeft dan bij een volwassene. Kinderen verliezen snel warmte, ze hebben het snel koud.

  • kinderen tot 3 jaar: verliezen elk kwartier bij water van 31 graden Celsius, al naar bewegingsactiviteit en geleverde energie tot 0,2 graad aan lichaamswarmte.
  • kinderen van 3 tot 6 jaar: bedraagt het verlies per 15 minuten 0,1 graad Celsius. Dit betekent dat de lichaamstemperatuur per les van 45 minuten 0,3 daalt bij kinderen tussen 3 en 6 jaar.
  • kinderen onder de 3 jaar: verliezen dus in zo'n les 0,6 graad aan lichaamstemperatuur in water van 31 graden Celsius
  • Wanneer de lichaamstemperatuur 0,7 graad Celsius beneden de 36,6 graden Celsius blijft, dan wordt het menselijk organisme bijzonder vatbaar voor infecties om dat de weerstand vermindert. Laat kleine kinderen bij oefeningen in het zwembad dus niet nat op de kant op hun beurt wachten, nadat ze even in het water zijn geweest of zich hebben gedoucht.

    De ideale watertemperatuur:

    Bij een watertemperatuur hoger dan 32 graden Celsius kan een zwemmer zijn overtallige warmte niet meer kwijt raken. De Lichaamstemperatuur gaat oplopen. Bij een watertemperatuur van 29 a 30 graden Celsius kunnen magere mensen zonder veel inspanning hun lichaamstemperatuur constant houden.

    De ideale watertemperatuur is dus 28 a 29 graden Celsius. Het advies voor een redelijke watertemperatuur is 10 graden Celsius onder de lichaamstemperatuur, dus 27 graden Celsius.

    Intensief trainen kan bij iets lagere temperatuur.
    Zwemmen door baby's, peuters, kinderen, ouderen, invaliden en reumapatiënten kan beter een iets hogere dan de bovengenoemde ideale temperatuur: invaliden en ouderen, omdat ze vaak minder actief zijn en kleine kinderen omdat deze bovendien een relatief groot huidoppervlak hebben.
    Bij verblijf in "koud" water ontstaat een verhoogde urineproductie omdat door de watertemperatuur een prikkeling van de blaas ontstaat. Koud water zal bovendien leiden tot bloedvatvernauwing in de huid en dit geeft een extra bloedvatverhoging. Ook om deze reden is het aan te bevelen ouderen in "warm" water te laten zwemmen.
    Daarnaast is de temperatuur van zowel het water als de lucht in de zwemzaal van belang. De watertemperatuur moet altijd gekoppeld worden aan de luchttemperatuur. Pas als de omgevingstemperatuur 2 a 3 graden Celsius hoger is dan de watertemperatuur wordt een te snelle afkoeling voorkomen en de condensvorming in het zwembad tegen gegaan.

    Vermeldenswaard zijn ook de reacties van de hartfrequentie (HF) op de watertemperatuur. Is de temperatuur van het zwemwater:

     

  • onder de 32 graden Celsius  —> HF lager onder andere door haarvaten vernauwing.
    Het hart krijgt te maken met toename van het bloedaanbod (hartwet van Frank Starling). Als de hartspier wordt uitgerekt zal de hartslag langzamer worden, maar de kracht toenemen.
  •  

  • onder de 20 graden Celsius  —> Verhoogde hartprikkelbaarheid.
  • onder de 15 graden Celsius  —>  Kans op hartritme stoornissen.
    Warm zwemmen lukt niet in koud water, namelijk de warmteafgifte neemt toe ten gevolge van de toegenomen stroming. (Een gevolg van de zwemactiviteit. De afgifte is veel sterker dan de warmte productie, zodat de lichaamstemperatuur daalt. Vandaar dat recreatieve prestatietochten slechts gehouden mogen worden in water met een minimum temperatuur van 16 graden Celsius bij tochten van 500 meter of minder en 18 graden Celsius bij tochten die langer zijn dan 500 meter. Zwem- en springwedstrijden kunnen slechts plaats vinden bij een watertemperatuur van tenminste 15 graden Celsius. De minimum watertemperatuur bij schoonspring- en kunstzwemwedstrijden is 18 graden Celsius.
  • boven de 35 graden Celsius  —> HF hoger, dat wil zeggen HF stijgt in warm water.
    Opmerking: De thermo-neutrale-watertemperatuur ligt circa 10 graden Celsius onder de lichaamstemperatuur.
  •  

    Voor een folder over onderkoeling zie ook KNRM-Onderkoeling.pdf

     

    Copyright: www.muien.nl 2011 Kopieren: toestemming Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. vereist!

     

     

     

     

    Nederlands - nl-NLEnglish (United Kingdom)